Een site vol historie...

Een nieuw begin met een nieuwe visie. Vanaf heden vervalt de weblog en gaat deze website gelden. Deze zal gericht zijn op historie: geschiedenis, kunst en cultuur uit het verleden en heden. In de toekomst zal de weblog meer interactief zijn en zal de nadruk komen te liggen op dat gedeelte. Daarbijbehorende reisinformatie zal overigens niet verdwijnen. Aan deze website zal de komende periode verder worden ontwikkeld en worden gebouwd. Het accent ligt op de canons (van Nederland, regionaal en de wereld).

Canon van Nederland

De Canon van Nederland bestaat uit 50 vensters. Iedere week zal er op deze startpagina een ander venster kort belicht worden. Deze week:  Hunebedden (ca. 3000 voor Chr.).

De hunebedden in Nederland zijn gebouwd in de nieuwe steentijd, het Neolithicum, van 3450 tot circa 3250 v.Chr., maar ze zijn gebruikt tot circa 2850 v.Chr. Dit valt onder andere af te leiden uit het gebruikte aardewerk, waaronder de gedurende de gehele periode gebruikte trechterbeker. Vandaar dat de hunebedbouwers beschouwd worden als vertegenwoordigers van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in Oost-Duitsland. Volken van deze cultuur vormden vanwege hun grote verspreidingsgebied waarschijnlijk geen homogeen geheel.
De stenen waarvan de hunebedden zijn gebouwd zijn zwerfstenen, afkomstig uit Scandinavië die naar het zuiden zijn gevoerd door het oprukkende landijs tijdens een ijstijd. Toen het ijs aan het eind van de ijstijd smolt, bleven de meegevoerde stenen achter.
Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend.
Men vindt vaak brandsporen in en bij hunebedden. Het vuur speelde een rol bij de dodencultuur van de hunebedbouwers. De doden worden in gestrekte, zittende of in gehurkte (hurkgraf) houding bijgezet en vergezeld met
 grafgiften. Men heeft in bijna alle hunebedden grote hoeveelheden aardewerk en andere voorwerpen gevonden. Het aardewerk bestaat uit sterk versierde platte schalen, kommen, grote potten, bekers en flesjes (zoals kraaghalsflesjes). De versieringen bestonden uit diep ingedrukte ornamenten. Ook wapens worden veelvuldig aangetroffen zoals hamers en bijlen en verder pijlpunten, messen en krabbers van vuursteen. 

(Bron: Wikipedia)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hunebed D27 bij Hunebedcentrum te Borger

Kunst kijken

THEMA  JUNI    Abraham Bloemaert 

Abraham Cornelisz. Bloemaert (Gorinchem, 25 december 1564 of 1566 – Utrecht, 27 januari 1651) was een Nederlands kunstschilder te Utrecht. Hij geldt als een belangrijke exponent van het Noord-Nederlandse maniërisme. Van Bloemaert zijn niet alleen zo'n 200 schilderijen bekend, maar ook ongeveer 1000 tekeningen en 600 gravures. Hij schilderde vooral landschappen,, mythologische en Bijbelse voorstellingen, maar daarnaast ook pastorale genrestukken. Hij gebruikte stralende kleuren, en zijn figuren zijn royaal en elegant.
Aanvankelijk schilderde Bloemaert zijn historiestukken in een uiterst maniëristische stijl, verwant aan die van Cornelis van Haarlem en Joachim Wtewael. Zijn landschappen waren echter meer op de Vlaamse traditie geënt. Vanaf ca. 1600 treedt een mild classicisme op in zijn werk, vergelijkbaar met dat van Hendrick Goltzius in Haarlem. Via zijn leerlingen die naar Italië hadden gereisd maakte hij vervolgens kennis met het clair-obscur van Caravaggio. Na een korte caravaggistische periode in de vroege jaren 1620 (zoals 'De Emmaüsgangers' uit 1622, dat zich bevindt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van België in Brussel) werd zijn schildersstijl ten slotte steeds gladder en gelijkmatiger, zodat zijn latere schilderijen gerekend kunnen worden tot het classicisme, al wist hij zijn zwierige penseel nooit helemaal in te binden.
 
(Bron: Wikipedia)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

Genrescene met de verloren zoon (1634)