Een site vol historie...

Een nieuw begin met een nieuwe visie. Vanaf heden vervalt de weblog en gaat deze website gelden. Deze zal gericht zijn op historie: geschiedenis, kunst en cultuur uit het verleden en heden. In de toekomst zal de weblog meer interactief zijn en zal de nadruk komen te liggen op dat gedeelte. Daarbijbehorende reisinformatie zal overigens niet verdwijnen. Aan deze website zal de komende periode verder worden ontwikkeld en worden gebouwd. Het accent ligt op de canons (van Nederland, regionaal en de wereld).

Canon van Nederland

De Canon van Nederland bestaat uit 50 vensters. Iedere week zal er op deze startpagina een ander venster kort belicht worden. Deze week: Buitenhuizen (17e en 18e eeuw). 

Een buitenplaats, hofstede of landhuis is een (zomer)verblijf voor rijke stedelingen. Bekende buitenplaatsbezitters waren Constantijn Huygens, Cornelis de Graeff, admiraal Cornelis Tromp, Isaac de Pinto en Jan Gildemeester Jansz.
Welgestelde stedelingen investeerden vanaf het einde van de zestiende eeuw hun spaargeld in landhuizen en landbezit. Dit deed men om 's zomers de stank, de pest en de drukte te vermijden. Om het kavel rendabel te maken werd er een boerderij gebouwd, die werd verpacht. De boerderij was aanvankelijk voorzien van een aparte herenkamer,  
een luxe kamer, die door de landheer en zijn familie ’s zomers kon worden gebruikt voor hun verpozing. Boerderijen met zo'n herenkamer worden vaak als hofstede aangeduid. Omdat de eigenaren steeds rijker werden in het midden van de 17e eeuw, werd er in de loop der jaren een apart buitenhuis, naast de boerderij op het landgoed gebouwd. Uiteindelijk ontwikkelde deze trend zich vanaf het einde van de 17e eeuw in de bouw van luxueuze buitenplaatsen met barokke, symmetrische siertuinen.
Buitenplaatsen liggen meestal in landschappelijk aantrekkelijke gebieden die tegelijkertijd ook goed vanuit de stad bereikbaar waren, zoals aan de Vecht, de Amstel, in het Kennemerland, het Gooi, aan de Vliet en aan de duinrand bij Wassenaar en Den Haag. Ook in polders als de Watergraafsmeer en de Beemster waren veel buitenplaatsen te vinden, evenals op het eiland Walcheren. In de negentiende eeuw kwamen nieuwe gebieden in de mode waar buitenplaatsen werden gesticht, zoals de Utrechtse heuvelrug en het gebied rond Breda en Arnhem. 

Buitenplaatsen worden soms aangezien voor kastelen, maar een kasteel is over het algemeen een adellijk bezit, terwijl een buitenplaats veelal eigendom was van leden van de burgerij. Aan het einde van de 18e eeuw vielen veel buitenplaatsen onder de bijl. In de loop van de negentiende eeuw werden ze meestal ook te duur om slechts in het zomerseizoen te worden bewoond.

 

(Bron: Wikipedia)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maarssen - Goudestein

Kunst kijken

THEMA  DECEMBER     Duccio di Buoninsegna  

Duccio di Buoninsegna (verm. Siena, , ca. 1255 – Siena, 1318 – 1319)) was een invloedrijke Italiaanse kunstschilder. Hij wordt beschouwd als de vader van de Sienese school en een van de grondleggers van de schilderkunst van het westen. Duccio was blijkbaar opgeleid om te schilderen in de Byzantijnse stijl, maar slaagde erin deze een nieuwe dimensie te geven door de menselijkheid en expressiviteit die hij aan zijn figuren meegaf.
Ondanks de talrijke documenten die aan Duccio kunnen gerelateerd worden zijn er slechts twee werken die men op basis van documenten aan hem kan toewijzen namelijk de Madonna Rucellai en de Maestà van de Dom van Siena. Voor alle andere werken zijn de toeschrijvingen gebaseerd op stijlkenmerken. Stilistisch is het verschil tussen deze werken vrij groot, ze tonen dus een belangrijke evolutie in de stijl van de meester.
Bij de aanvang van zijn carrière werkte Duccio duidelijk in de Byzantijnse stijl die doet denken aan Cimabue. Dit heeft ertoe geleid dat sommige onderzoekers hem plaatsten als leerling en/of medewerker van deze Florentijnse schilder. Maar de jonge Ducccio kon duidelijk kennis maken met de gotiek die aan de andere zijde van de Alpen in volle ontwikkeling was. Siena lag aan de Via Francigena of de Franken-weg, de oude pelgrimsroute die van het noorden van Europa naar Rome liep en van daar verder naar de Zuid-Italiaanse havens, het Heilige Land en Constantinopel.. Siena was daardoor een belangrijk handelsknooppunt en een knooppunt van artistieke uitwisseling. De Sienese kunstenaars leerden op die manier de producten van hun collega's uit Europa en het oosten kennen en anderzijds raakte de Sienese kunst over Europa verspreid en kon zo zijn stempel drukken op de schilderkunst in gans Europa.

(Bron: Wikipedia)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

Maesta (altaarretabel van de Dom van Siena) (1308-1311)